HKU Studentportal
HKU Studentportal
  • Volg ons op facebook
  • Volg ons op twitter

De eindfase bestaat uit:


• Stage: productioneel gerichte stage (af te ronden voor de start van blok 2 van het vierde jaar, zie verder stagerichtlijnen)



• Examenproject bestaand uit 2 opdrachten:
  1. Ontwikkelen en uitvoeren van een ontwerp voor de vormgeving van een (fictieve) voorstelling
  2. Beeldend Onderzoekswerkstuk


• Bovendien worden de volgens de studielasttabel benodigde studiepunten behaald met Individuele Studieactiviteiten.

Vierde studiejaar

Doelstelling

In de eindfase van de studie theatervormgeving staat de beheersing van het ontwerpproces en ontwikkeling en realisatie van een eigen visie voorop. In dit jaar heeft de student een grote verantwoordelijkheid voor het eigen werk in termen van planning, organisatie en ontwerpproces. De opleiding wordt afgesloten met een examen. Dat bestaat uit een door de examencommissie verricht onderzoek (de werkschouwen) en het uiteindelijke examen.

Onderwijs en begeleiding

De student wordt voor het eindexamenproject begeleid door een team van vakdocenten (de commissie). Het bespreken van het eindexamenproject gaat op individuele afspraak met de desbetreffende docenten. De student is zelf verantwoordelijk voor deze afspraken. Deze commissie komt enkele malen bijeen op de voortgangsbijeenkomsten. Er wordt verslag van de voortgang bijgehouden. Dit verslag omvat omschrijvingen van de projecten en geformuleerde adviezen en wordt daarna toegezonden naar de kandidaten en commissieleden.

Ter ondersteuning van het onderzoekswerkstuk is het onderwijsprogramma OASE verplicht. Oase A bestaat uit een week lab en colleges artistieke en onderzoeksmatige onderzoekstrategieën. Daarnaast is er een werkcollege dat ingaat op de praktijk van de onderzoekswerkstukken specifiek voor studenten theatervormgeving, middels individuele begeleiding zie bij 1.


Eindexamen

Op het eindexamen toont de student de werkstukken van de eindexamenopdrachten. De getoonde werkstukken moeten een dramaturgische, beeldende en theatrale kwaliteit vertonen in relatie tot de persoonlijkheid en visie van de student. De presentatie (zowel beeldend als verbaal) van het eindexamenwerk is van groot belang. Het werk moet tevens inzicht geven in de vaardigheden van de student concepten te kunnen visualiseren en ontwerpen te kunnen realiseren. Hierbij speelt de beheersing van het onderzoek, planning, ontwerpproces, de toepassing van theatraal beeldende technieken, alsmede kennis van theatertechnische en productionele aspecten een rol.


Eindexamenopdrachten

In het eerste semester van het vierde  jaar ontwikkelt de student een 2-ledig plan voor het examenproject.

1: een totaalplan voor het ontwerpen van een theatervoorstelling voor een gekozen speelplek op basis van een bestaande (theater)bron (toneeltekst, libretto, choreografie)

2: een plan voor een onderzoek, dat zijn weerslag kent in 2 componenten: een artistieke component en een reflectieve component. Met andere woorden met nadruk gaan in het onderzoek artistieke praktijk en reflectie hand in hand. Het onderzoek heeft dus als resultaat 1 of meerdere werkstukken (performance, video, installatie, expositie, ontwerpseries, vormgegeven ruimte, soundscape, objecten, animatie, tekeningen/scenario's, etc.) die op hun artistieke kwaliteit te beoordelen zijn, alsmede als resultaat een vorm van reflectie (artikel, verslag, essay, voordracht, presentatie, website, cd-rom, powerpoint, etc.) die als vorm van kritisch reflectief vermogen te beoordelen valt.


Het bovenstaande plan wordt voorgelegd aan de commissie bestaande uit begeleiders/vakdocenten.
Na goedkeuring van het plan wordt een rooster algemene voortgangsbijeenkomsten gemaakt.
De beoordeling zal geschieden over de werkstukken die voortkomen uit het tweeluik examenproject.

1. Ontwerpopdracht

De kandidaten presenteren het uitgewerkte ontwerp bestaande uit:


  1. de gerealiseerde productie(s) in maquette vorm, waarbij de ontwerpen passend moeten zijn binnen het kader van de gekozen bron, de dramaturgie en het ontwikkelde concept.
  2. realisatie van totaal twee kostuums (minimaal !)
  3. globale technische onderbouwing van decor, kostuums, rekwisieten en andere ruimtelijke objecten; alsmede een omschrijving van de te volgen technieken en een gedetailleerd kleur en materiaalvoorstel
  4. een globale begroting
  5. een presentatie (foto,dia, computer) van sceneverloop en te realiseren changementen en belichtingen
  6. alle voor de beoordeling relevante voorstudies:
werkboeken m.b.t. conceptontwikkeling, visueel scenario en ontwerptekeningen m.b.t. ruimtelijk concept: decor, kostuums, rekwisieten, objecten, proeven materiaalonderzoek.
Voor de beoordeling van het ontwerp gelden de volgende deelgebieden:
- Inhoud/concept;
- Vormgeving;
- Technische realisatie;

- Algehele presentatie.

2. Onderzoeksopdracht

De kandidaten presenteren proces en uitkomsten van het onderzoek:

  1. de gerealiseerde werkstukken, die uitkomst zijn van het gerealiseerde onderzoek
  2. een presentatie/verslag van alle voor het onderzoek relevante voorstudies: werkboeken m.b.t. conceptontwikkeling, tekeningen, studies, proeven, literatuurstudies, research d.m.v. interviews, voorstellingsanalyse, ander relevant bronnenonderzoek, etc.
  3. een zelfgekozen vorm van presentatie voor de articulatie van en reflectie op het onderzoek en de resultaten, waarbij onderzoeksdoel en fascinaties, bronnen onderzoek en de werkwijze alsmede de context van het onderzoek in relatie tot het vak; de eigen visie, eigen ontwikkeling en eigen handschrift duidelijk en prikkelend naar voren worden gebracht